Er zijn christenen die vierkant achter Trump staan. In een interview met Twan Huys zei Beatrice de Graaf: ‘Je kunt zeggen dat dit geen christenen zijn, maar dat zijn het wel. Als wij vragen van moslims om afstand te nemen van gewelddadige vormen van islam, dan moeten wij ook afstand nemen van deze vormen van christendom’. Haar oproep laat mij niet los. Ik vond een weerwoord in het verhaal van de barmhartige Samaritaan.
ds. Jan Willem Nieboer

Er sluipt een soort gif onze samenleving binnen dat wantrouwen zaait en ook ons geloof ondermijnt. Een van de belangrijkste christelijke waarden is empathie: meevoelen met wat een ander pijn doet. Toch zijn er christenen die op dit moment durven beweren dat empathie een zonde is. Dat doen zij op grond van op het oog vrome en orthodoxe argumenten. Volgens hen hebben wij christenen namelijk de neiging om ons te snel te verplaatsen in een ander. Door in die valkuil te trappen doen wij volgens hen onrecht aan zowel God als die ander.
Laten we eens proberen in het hoofd te kruipen van iemand die deze Trumpiaanse vorm van geloof aanhangt. Om zijn stelling kracht bij te zetten komt die al snel met het volgende voorbeeld: ‘Als wij een drugsverslaafde zien die ziek is van ontwenningsverschijnselen willen wij hem vervangende middelen geven, zodat die pijn verdwijnt. Toch is die pijn juist goed, daar moet deze verslaafde doorheen om echt vrij te worden van drugs’. Tot zover is het verhaal nog te volgen, maar dan wordt een volgende stap gemaakt: ‘Homo’s lijden onder hun seksuele gerichtheid, wij zien die pijn en willen homoseksualiteit goedkeuren, maar ze moeten juist door die pijn heen om vrij te kunnen worden van hun zogenaamde geaardheid. De bijbel keurt homoseksualiteit immers af’.
Langs deze wissel belanden we in het Trumpiaanse denken waarin nog een volgende stap gezet wordt: er wordt een onderscheid gemaakt tussen empathie en mededogen. Empathie verleidt ons ertoe te snel de pijn van een ander te verzachten, waardoor wij het kwaad verergeren. Mededogen daarentegen helpt de ander door die pijn heen. Hij of zij maakt zichzelf ondergeschikt aan Gods wil en wordt werkelijk vrij. Het probleem daarbij is dat de Trumpiaanse gelovige een bijzonder helder beeld heeft van Gods wil. Een beeld dat op wonderlijke wijze naadloos aansluit bij zijn eigen geaardheid en levensovertuiging.
Wij hebben tegengif nodig. Dat is te vinden in het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Met dat verhaal verweert Jezus zich tegen dit soort perverse vroomheid (Lucas 10:25-37).
De wetgeleerde die bij Jezus komt kent Gods woord van voor tot achter. Hij vat Gods wetten grandioos samen: ‘God lief hebben boven al en je naaste als jezelf’. Hoe hij God moet liefhebben, weet hij blijkbaar al. Daar heeft hij geen vragen meer over. Maar zijn naaste liefhebben, daar wordt alles zo praktisch en onvoorspelbaar. Daarom vraagt hij Jezus: ‘Wie is precies mijn naaste?’ Hij wil dat zo graag weten omdat hij ‘zichzelf wilde rechtvaardigen’, lezen wij. Daar zit de adder onder het gras. Hij wil weten hoe hij binnen de lijntjes blijft en zijn krediet bij God niet verspeelt. De naaste is daarbij geen doel, maar een middel. Dat is precies het uitgangspunt van onze christelijke Trump-aanhanger. De leer gaat boven de naaste.
Dan komt Jezus met zijn verhaal over de barmhartige Samaritaan. Daarin speelt onze vraagsteller tot zijn grote schrik zelf een rol. Een wetgeleerde loopt met een boog om een mens heen die langs de kant van de weg ligt en in levensgevaar verkeert. Een Samaritaan niet. Dat is nou juist iemand die in de ogen van onze wetgeleerde veel te losjes met Gods woord omspringt. Waarom stopt de Samaritaan wel? Was hij niet bang? Natuurlijk wel. Maar als hij om de man heen zou lopen, zou hij precies doen wat vrome gelovigen bij hem doen. Die negeren Samaritaanse lichtzinnigen, en passeren hen in een ruime cirkel alsof ze besmet zijn. Onze Samaritaan voelt wat die man langs de kant van de weg voelt. Het is empathie wat hem doet stoppen. Het is gebrek aan empathie wat de wetgeleerde beweegt voorbij te gaan. Jezus houdt hier een krachtig pleidooi voor empathie. Hij plaatst het boven vroomheid en orthodoxie.
Omdat empathie ons dwingt ons te verplaatsen in een ander die anders is dan wij. Empathie is de kracht die ons helpt om uit een verkokerd brein te ontsnappen. Empathie doorbreekt leerstelligheid. Godzijdank. Het gaat niet om jou en jouw vrome ideeën over wat God wel en niet zou willen. De essentie is dat je in staat bent in een ander, hoe anders ook dan jij, de mens te herkennen die je zelf ook bent. Pas dan kun je de ander liefhebben als jezelf. Daarna kun je ook God leren liefhebben.
Dit artikel verscheen eerder in Kerk in Stad 3– 2026, www.kerkinstad.nl