Muren kunnen vallen: menselijkheid in de zorg

Een loket hoog in de muur van waaruit twee blauwe gehandschoende handen steken. Een onverstaanbare stem die antwoord geeft op de vraag van een patiënt. Een torenhoge stapel formulieren die ingevuld moet worden voordat je verder wordt geholpen. Op die manier verbeeldt toneelgezelschap Het Houten Huis het onpersoonlijke en bureaucratische karakter dat de zorg kan hebben.

Ruth Hartog-Hoogendam, geestelijk verzorger in het UMCG

‘Als het anders loopt’ van Het Houten Huis, © Moon Saris

In hun voorstelling ‘Als het anders loopt’ maakt Het Houten Huis de muren zichtbaar waar je als patiënt in een zorgsysteem tegenaan kunt lopen. In dit geval zelfs heel letterlijk, want de muren van de wachtkamer, die het decor vormen van deze voorstelling, kunnen bewegen. Ze slokken je op en je kunt er helemaal in verdwijnen. Ik bezocht deze voorstelling een maand geleden in het Grand Theater en werd erdoor geraakt. Als geestelijk verzorger in het UMCG maak ik deel uit van het zorgsysteem. De voorstelling laat voor mij zien hoe wezenlijk het is om oog te blijven houden voor de mens achter de patiënt.

Ik heb nog geen benen

In het toneelstuk wordt duidelijk wat er gebeurt als je strak vasthoudt aan regels en protocollen. Een van de hoofdrolspelers is een man zonder onderarmen en -benen. Hij informeert bij het loket waar zijn nieuwe benen blijven. De dialoog die volgt is even absurd als verbijsterend:

“Ik kom mijn benen ophalen.”
“Heeft u die nog niet ontvangen?” antwoorden de blauwe latexhanden.
“Nee, ik weet het zeker, ik heb nog geen benen,” antwoordt de man, terwijl hij op zijn ontbrekende onderbenen wijst.

Als hij eindelijk met twee protheses op het toneel verschijnt, krijgt hij therapie van een topfitte fysiotherapeute. Ze springt, rent en danst met grote lenigheid over het podium en verwacht van haar patiënt dat haar hij foutloos nadoet. Dat deze man staat te wankelen op twee veel te grote protheses en nauwelijks een stap kan zetten, daar heeft zij geen oog voor. Uiteindelijk smijt hij vol frustratie zijn kunstbenen weg en stampt ervandoor.

Tussen de lakens

Een andere patiënte uit het toneelstuk is terminaal ziek. Als toeschouwer zie je hoe de arts en de familie rond het bed van de patiënt met elkaar in gesprek gaan. Tijdens dit gesprek verdwijnt de patiënte letterlijk uit beeld. Ze glijdt zo tussen de lakens door en verdwijnt. Een ijzersterk beeld, dat laat zien hoe belangrijk het is om mét de patiënt te spreken in plaats van óver de patiënt. Onbedoeld kan degene om wie het gaat, helemaal over het hoofd worden gezien.

Even naar buiten

Gelukkig kan het ook anders. Ik sprak eens met een patiënt die al weken in het UMCG was opgenomen en de moed dreigde te verliezen. Hij vertelde me hoe een verpleegkundige naar hem toekwam en zei: “Vanmiddag gaan we naar buiten.” Ze hield woord en kwam ’s middags terug met een rolstoel. Samen maakten ze een heerlijke wandeling over de Petrus Campersingel en genoten van de lentezon. Toen ze weer terugkwamen op de afdeling, straalde de patiënt. “Dat was de bedoeling,” zei de verpleegkundige. “Zo zien we het graag.”

Zie de mens

Zie de mens. Dat is het motto van het UMCG. Als geestelijk verzorger draag ik daar graag aan bij. Door tijd te nemen voor een gesprek. Door echt te luisteren. Door samen met iemand te verkennen wat moed geeft in deze situatie of door te erkennen dat op dit moment de hoop ver te zoeken is en daarbij stil te staan.

“Ik lag op een zaal in afwachting van de operatie,” vertelde een patiënte me. “De hartchirurg zag me liggen. Hij zag me en hij zwaaide naar me. Hij stak niet zomaar zijn hand op, nee, hij zwaaide echt en hij lachte toen hij me zag. Het deed me heel goed. Ik voelde me gezien.”

Hoop en veerkracht

In een ziekenhuis komen de muren soms op je af. Maar het is ook een plek vol hoop en veerkracht. Een plek waar mensen naar elkaar omzien en voor elkaar zorgen. In de slotscène van de voorstelling van Het Houten Huis zie je dat de logge bureaucratie niet het laatste woord heeft. De muren van de wachtkamer vouwen zich op en vormen een prachtige bloem. Patiënten en zorgverleners reiken elkaar de hand en dansen over het podium, met of zonder rolstoel. Een hoopvol beeld, waar ik in het UMCG gelukkig vaak iets van zie oplichten.

Dit artikel verscheen eerder in Kerk in Stad 12 – 2025, kerkinstad.nl

Scroll naar boven