Bloemen in de hemelse weide
Wij hebben als elf classispredikanten twee keer per jaar een moment van training en studie. In het voorjaar twee dagen en in het najaar drie dagen. Zo waren we twee weken geleden met elkaar in ‘Het huis van de kerk Nieuw Hydepark’ in Doorn. Om de beurt verzorgen we tijdens die dagen de dagopeningen en sluitingen.
Classispredikant ds. Ellen Peersmann

Een van mijn collegae las, tijdens de dagsluiting, een groot deel van een preek van de Duitse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) voor.
Bonhoeffer was theoloog (ethicus) en verzetsstrijder ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Nadrukkelijk vertelde mijn collega er vooraf bij dat Bonhoeffer in een heel bijzondere tijd leefde, een tijd waarin de wereldorde wankelde, waarin veel onzeker was en krachten aan het werk waren die moeilijk te beteugelen waren.
Deense Bonhoeffer
Een andere theoloog en verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog wordt wel eens de ‘Deense Bonhoeffer’ genoemd. Ik praat hier over Kaj Munk, een Deense dichter, toneelschrijver en dominee. Hij is bekend vanwege zijn maatschappelijke betrokkenheid en zijn uitgesproken vaderlandsliefde tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Kaj Munk werd geboren op 13 januari 1898 en op 4 januari 1944 op 45-jarige leeftijd in koelen bloede vermoord. Kaj Munk verloor als kind zijn vader en moeder en groeide op in het boerengezin van een oom en tante. Op aandringen van zijn stiefmoeder meldde hij zich aan als theologiestudent aan de universiteit van Kopenhagen. Hij kampte in die periode met geloofstwijfel en kon maar geen keuze maken tussen het dichter- en predikantschap. Na de studie, in 1924, verbond Munk zich toch als predikant aan Vedersö, een klein visserdorpje in de kop van Jutland.
Een Ander Hart
De overgave aan het grotere geheim, het mysterie, was erg belangrijk voor Munk. Ik citeer: “Dromen kan ik en dichten, maar niets bewijzen en niet weten. Omdat het mijn hart toch zo aangrijpt, kan dat wat me aangrijpt alleen maar afkomstig zijn van een Ander Hart (het hart van Godwege).”
Naast zijn drukke gezinsleven – Munk had vijf kinderen – en het pastorale werk vond hij tijd om een imposant literair oeuvre te scheppen; diverse toneelstukken waaronder het meesterwerk Het Woord, een metaforische voorstelling van Jezus in het evangelie van Johannes.
Ik kan niet anders
Na aanvankelijke sympathie voor Hitler benut Kaj Munk vanaf eind jaren dertig zijn talenten om in artikelen, toneelstukken en preken fel tegen het nationaalsocialisme te protesteren. In die verzetsperiode schreef hij: “Hier sta ik, ik kan niet anders. Want het is de mens niet geraden iets tegen zijn geweten te doen.”
Hij schreef dit in 1944, het jaar dat hij vermoord werd.
Munk was een dominee die dicht bij de mensen wilde staan. In zijn nagelaten werk laat hij zich kennen als een natuurliefhebber, een levensgenieter, een sprankelend verteller en een origineel theoloog, die liever nadruk legt op de daad dan op het dogma. Vanuit die visie kwam zijn daad van verzet naar voren.
Sterren kijken
Vorig weekend ben ik met mijn kleinkinderen naar een van de sterrenkijkdagen in het Observeum in Burgum geweest. Het was een prachtige heldere avond en we konden de sterrenpracht erg goed zien, samen met de planeten Venus en Saturnus. Zo’n sterrenhemel vind ik iedere keer weer imponerend en van een grote schoonheid getuigen. De kleinkinderen waren er diep van onder de indruk en op de terugweg in de auto spraken ze hun verwondering uit over het grote heelal, waarvan wij maar een piepklein onderdeel zijn.
Vertrouwen
Die avond dacht ik opnieuw aan Kaj Munk. Munk was ook een groot natuurliefhebber en in de onrustige en zorgwekkende wereldtijd waarin hij leefde vond hij rust en groot geloof in natuurschoon. Dat geloof en Godsvertrouwen wilde hij zo graag delen met zijn gemeenteleden, die angstig waren en zich grote zorgen maakten. Nu het ook in onze wereldtijd onrustig is, er grote zorgen zijn, oorlogen en een enkeling de macht over het wereldgebeuren naar zijn hand wil zetten, wil ik graag een deel van een kerstpreek van Munk over de sterrenpracht met u delen.
Deed gij wat ik doen zal?
Vanavond ga ik even naar buiten en dan kijk ik omhoog naar de bloemen, die daar blinken op de hemelse weide. Doe net als ik. En als u dat niet kunt, dan doet u het licht maar uit en haalt de gordijnen op en kijkt naar buiten, naar de sterren, want dat betekent de kerstboom toch eigenlijk: dat de sterren van de hemel omlaag komen tot in uw kamer, om heel dicht bij u te zijn.
En dan willen we even stil zijn, één ogenblik, en proberen om alleen maar te luisteren.
Toen ik een kleine jongen was, en ik alleen was in de kamer met Kerstmis, dan verbeeldde ik mij, dat ik engelen kon horen fluisteren tussen de takken van de kerstboom. Zou het niet kunnen gebeuren vanavond, als wij met heel ons hart luisteren, dat wij in de heilige stilte van de avond stemmen horen, waarvan wij allang dachten, dat ze voorgoed verstomd waren?
Ja, dat zullen de sterren ons dan vertellen, dat onze aarde niet zo groot is, of Gods hemel houdt haar omvat; dat wij niet zo eenzaam zijn als wij geloven; dat zij die van ons zijn heengegaan niet zo heel ver van ons zijn; dat zij dichterbij zijn dan wij denken; wij zijn één met hen in Gods liefde, en Jezus, de ster van de kerstnacht, wijst ons de weg naar het land waar zij, die van elkaar gescheiden werden, elkaar weervinden en waar vreugde volkomen is.
Uit: Kaj Munk, Eerbied voor U, Baarn 2001
Dit artikel verscheen eerder in Kerk in Stad 6 – 21 maart 2025 – kerkinstad.nl.